Programma 2: Landelijk gebied

Tijdelijke intensivering regulier beleid
Een al ontvangen bijdrage (€ -90.000) van het Rijk voor Stikstof (bank) wordt in 2016 aangewend voor bekostiging van de afronding van de provinciale stikstofverordening. Het gaat daarbij vooral om extra personele kosten voor de afhandeling van rechtszaken.

Naast deze politiek relevante wijziging zijn er op dit programma technische bijstellingen. Deze worden toegelicht in bijlage 2 Technische Begrotingswijzigingen.

Meerjarenprogramma AVP
Er wordt naar verwachting in de jaarschijf 2016 minder uitgegeven (€ 12,7 mln.) dan begroot. Bij de Kadernota 2016 is namelijk - omdat de gebiedsprogramma’s nog niet klaar waren - uitgegaan van een gelijke verdeling van het meerjarenbudget over de jaren. Deze programma’s zijn nu wel klaar en dat geeft een scherper beeld van de benodigde middelen in 2016. Met de informatie van nu blijkt dat de nadruk bij de besteding van de middelen ligt in de tweede helft van de AVP-periode 2016-2019. Vooral de verwachte uitgaven uit budgetten voor realisatie van internationale natuur en uitvoering van de Programmatische Aanpak Stikstof zijn naar achteren geschoven.
Hierdoor ontstaat een meer realistische planning. In de uitvoeringsfase worden immers de meeste kosten gemaakt. Ook is het risicobudget voor het programma AVP uit de jaarplanning gehaald. Dit resulteert in totaal tot een verlaging van de jaarschijf 2016 met € 12,7 mln.
Deze administratieve aanpassing heeft geen gevolgen voor het tijdig realiseren van de internationale natuuropgave (2021) en de overige natuuropgaven (2027). Het budget blijft in stand binnen de reserve landelijk gebied. Dat is ook de reden dat het overschot van 2016 niet terug kan naar de algemene middelen, anders zou later een tekort ontstaan. Verder is ook afgesproken dat eventuele mee- en tegenvallers binnen het programma moeten worden opgelost. Pas als zou blijken dat we de programmadoelstellingen realiseren met minder middelen, kunnen deze terug naar de algemene middelen.

Analyse bij tabel
Omdat de storting en de onttrekking uit de reserve pas bij de jaarrekening worden geboekt, is de presentatie van het beslag op algemene middelen (€ 31,924 mln.) bij de realisatie tot en met 31-7-2016 hoger dan het geprognotiseerde bedrag ( € 25,072 mln.). De prognose is correct maar door de manier van presenteren lijkt er per 31-7-2016 een hogere onttrekking van de algemene middelen te zijn, maar dat is een moment opname.