Programma 5: Bereikbaarheid

De prognose realisatie lasten voor programma 5 wordt in deze najaarsrapportage met ca 75 mln. naar boven bijgesteld. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door bijstellingen in de Infrastructurele maatregelen OV uit het Regionaal Uitvoeringsprogramma Verkeer en Vervoer (RUVV). In 2015 was er een fors verschil tussen realisatie en begroting, wat leidt tot doorschuivingen naar 2016. Dit is in voorliggende rapportage verwerkt conform het op 7 juni 2016 door GS vastgestelde RUVV. De extra lasten vloeien voornamelijk voort uit de start van de uitvoering aan de bovenbouw aan de Uithoflijn door de aannemer.
De prognose baten wordt met ca 15,4 mln. verhoogd, voornamelijk als gevolg van de ontvangen decentralisatie-uitkering BDU-projecten van 8,7 mln. Daarnaast is er nog sprake van Ca 5,7 mln. bijstellingen van de inkomsten van diverse UMP-projecten, waaronder een niet begroot voorschot van de provincie Zuid Holland ad € 3,8 mln voor de realisatie van de fietsbrug bij Nigtevecht.         

Het beslag op de algemene middelen wordt tot slot met € 170.000 naar beneden bijgesteld.
Bij de afrekening met de gemeente de Stichtse Vecht bij de subsidievaststelling rond- en randwegen N402 Loenen is de subsidie namelijk € 170.000 lager vastgesteld. Dit bedrag komt daarmee ten gunste van de algemene middelen.

Systeemwijziging Brede Doeluitkering(BDU)
Met ingang van 2016 is de specifieke uitkering BDU vervallen. Hiervoor is in de plaats gekomen de decentralisatie-uitkering Wegen en Vervoer via het provinciefonds. Door het wegvallen van de specifieke uitkering BDU vervalt vanaf 2016 de specifieke verantwoording aan het Rijk. De BDU middelen vóór 2016 moeten nog wel verantwoord worden aan het Rijk.
Door deze wijziging verandert ook de administratieve verwerking van de BDU gelden. Vanaf 2016 worden de niet bestede gelden decentralisatie uitkeringen Wegen en Vervoer gestort in een reserve. Gelet op de bestuurlijke afspraken met de BRU-gemeenten zijn twee reserves noodzakelijk (tot 2020). Het aandeel in de decentralisatie uitkering van de provincie wordt gestort in de reserve Grote Wegenwerken. Deze wordt hernoemd naar reserve Mobiliteitsprogramma, zie ook bijlage 4 Kenmerken reserve Mobiliteitsprogramma. Het aandeel van het voormalige BRU wordt gestort in de reserve BRU bestemmingsreserve BDU (rente). Ook hiervoor worden de kenmerken aangepast. Zie bijlage 4, Kenmerken BRU bestemmingsreserve BDU.

Naast deze politiek relevante wijzigingen zijn er op dit programma technische bijstellingen. Deze worden toegelicht in bijlage 2 Technische Begrotingswijzigingen.